Symposium ‘Een Keten vol Kansen’
Dinsdag 28 februari, week drie van het Lustrum, was het zover: Symposiumcommissie ‘Nosce Orbis’ presenteerde het Symposium met als thema ‘Een Keten vol Kansen’. Deze keer keken we eens niet naar alles wat niet goed gaat in de huidige veehouderij, maar juist hoe we verder kunnen. Om dit van verschillende kanten te bekijken, waren sprekers van alle schakels uit de keten uitgenodigd.
Na ontvangst met koffie en thee beet Koen als commissievoorzitter het spits af. Daarna kreeg Leo den Hartog, de dagvoorzitter, het woord. Aan hem de taak de discussie in goede banen te leiden. Leo den Hartog werkt voor Nutreco en heeft een groot netwerk, wat duidelijk bleek aangezien hij bijna alle sprekers persoonlijk kende. Een goed voorbeeld voor ons dus, aangezien netwerken een belangrijk onderdeel van deze dag was!
Henri Kool vertelde ons namens de overheid wat hun rol in de toekomst van de Nederlandse veehouderij zal zijn. Hij vertelde met name over het Verdrag van Den Bosch, waarin verschillende schakels besluiten samen te werken aan het verbeteren van de veehouderij. Volgens dhr. Kool zijn we nog nooit zo ver geweest, wat laat zien dat het de goede kant op gaat. Daarnaast zal de overheid proberen om het aantal regels voor veehouders te verminderen, zodat het makkelijker wordt om innovatief te zijn. Aan de andere kant worden voor schaalgrootte nieuwe wetten opgesteld. De tegenstelling van de politiek.
Na de overheid mocht Wyno Zwanenburg namens de Nederlandse Vakbond Varkens (NVV) zijn visie geven. De NVV ziet vertrouwen binnen de keten als een punt waar verder aan gewerkt moet worden. Door rust in de keten, kan een duurzaam verdienmodel gecreëerd worden, waarbij veehouders een eerlijke prijs voor hun product zullen krijgen. Wanneer dit niet zal gebeuren, wordt weer teruggegrepen op techniek, efficiency en schaalgrootte. Wyno Zwanenburg haalde nog even uit naar Henri Kool door te melden dat het voor de overheid gewoon niet mogelijk is de dynamiek van de samenleving bij te benen. Dit betekent dat veehouders zelf het heft in handen moeten nemen, willen ze vooruitgang boeken. Over de consument zegt hij dat deze helemaal niet geïnteresseerd is in waar zijn stukje vlees vandaan komt. Dit punt kwam in de forumdiscussie terug, waarbij bleek dat de meningen verdeeld zijn. De Dierenbescherming denkt namelijk wel dat de consument hierin geïnteresseerd is, wat onderbouwd wordt met de introductie van het Beter Leven Keurmerk (BLK). Aangezien de consument hier interesse in toont, willen ze blijkbaar wél weten waar hun vlees vandaan komt.
Hier komt de rol van de supermarkt als informatiebron naar voren, waar Marc Jansen van het CBL ons meer over kon vertellen. Uiteindelijk wil en moet een supermarkt winst maken, maar het is nu wel duidelijk dat er meer achter zit: “We gaan voor de beste prijs, maar dat is lang niet altijd de laagste.”. Zo pleit dhr. Jansen voor een groter gebruik van plantaardige eiwitten, bijvoorbeeld voor de onherkenbare stukjes vlees in kant-en-klaar maaltijden. Hoe belangrijk supermarkten zijn bleek ook uit het grote aandeel van het CBL in de forumdiscussie, waar tevens Marc van der Lee namens Vion aanschoof. De supermarkten bepalen voor een groot deel het aanbod en de prijs voor de consumenten en zo ook voor de rest van de keten.
Chris van Erp presenteerde de visie van Fancom over het houden van dieren in de toekomst. Door de stal met camera’s te monitoren, kunnen alle dieren individueel herkend en gecontroleerd worden. Met dit systeem zou diergezondheid per dier in beeld kunnen worden gebracht en aangestuurd. Door een dergelijk systeem zouden stallen zo groot kunnen worden als we willen, want diergezondheid wordt gewaarborgd.
Tot slot werden we wakker geschud door Frank Dales van de Dierenbescherming. Volgens dhr. Dales moeten we ons niet langer bekommeren om de achterblijvers, maar focussen op de koplopers. Op deze manier gaan we weer naar een situatie waarin iedereen trots kan zijn op wat hij doet. Want trots, dat zijn we volgens dhr. Dales al te lang niet meer. Iets dat dhr. Zwanenburg in de forumdiscussie onderbouwt.
Hoewel de verschillende sprekers barsten van de goede ideeën en allemaal zijn voor meer samenwerking binnen de keten, wil nog niemand de grote stap zetten. Of, zoals het zo mooi op de twitterwall stond, “wie wil er verbetering? Ik ik ik! Wie moet het gaan doen? Hij zij jullie!” Toch blijkt na de laatste stelling 94% van de aanwezige studenten de toekomst van de Nederlandse veehouderij positief in te zien. Een goed teken voor ons!
Na de interessante, maar vermoeide middag was het tijd voor het avondprogramma: het diner en een afsluitende borrel! Waar een deel van de deelnemers al tijdens het eten mee was begonnen, kon doorgezet worden tijdens de borrel: netwerken. Met bijna vijftig mensen uit het bedrijfsleven waren er kansen genoeg! Zo kwam er een einde aan deze intensieve, en volgens ons zeer geslaagde dag. Goede sprekers, een mooie discussie, lekker eten en veel netwerken; meer konden we niet wensen!